1. Voor de installatie van het laadstation

Zorg dat je voor de installatie de handleiding van Charge Amps leest. Neem een laptop of telefoon mee om de verbinding te checken. En om het laadstation te configureren via de portal. Vergeet ook niet een LAN-kabel mee te nemen en eventueel een wifi-versterker.

 

2. Montage van het laadstation

monteer het laadstation volgens de handleiding van de Charge Amps. Sluit daarna het laadstation aan met een LAN-kabel op het modem van de klant. Als het modem niet in de meterkast staat gebruik dan je wifi-versterker.

3. Configuratie van het laadstation

Je kan je laptop of telefoon niet direct aansluiten op een Charge Amps. De configuratie moet je via onze backend doen. Daarom is het belangrijk om tijdens de installatie te checken of de laadpaal online is. 

Je checkt of de laadpaal online is door in te loggen op de My InCharge portal en in de zoekbalk het serienummer op te zoeken. Als je een blauwe balk zit, dan is de laadpaal online. Is dit niet het geval? Check dan de storingsgids. 

Om veilig te laden moet je het maximale vermogen instellen. Ga naar het laadstation in de online portal en klik op de 3 puntjes naast de laadpaal. Klik daarna op de optie 'configure hardware'.

 

Scroll naar beneden en klik, onder de optie ' Maximaal vermogen', instellen. Vul daarna het gewenste vermogen in. Dit voer je in door eerst een 0 toe te voegen voor het vermogen,bijvoorbeeld bij een vermogen van 11 kW vul je dus 0.11 in. Als je het vermogen hebt ingevuld klik daarna op 'Stuur commando'. Je kan in 'Laadpaalbebrichten'  controleren of het bericht goed is doorgekomen.

Bij sommige ChargeAmps staat het station default als AutoStart, maar met een verkeerde RFID (namelijk 999999). Er kan dan geen sessie gestart worden. In dat geval moet je óf kiezen voor ‘configure hardware’ en vervolgens ‘activeer RFID’ om de AutoStart uit te zetten. Of je moet de klant vragen via de Vattenfall InCharge app de juiste pas aan de AutoStart te koppelen zodat er een sessie gestart kan worden. ​

4. Checken van de installatie

Voer altijd een testsessie uit. Start een sessie met de auto én de laadpas van de klant. Kan je één van die niet gebruiken? Gebruik dan je eigen pas en Metrel. Check of de status tijdens de testsessie van 'available' naar 'charging' verandert. Check ook de laadpaalberichten, dan weet je zeker dat de sessie gelukt is. Als alles goed gegaan is zie je een 'Start Transaction' en beginnen de 'Metervalues' op te lopen.

 

5. Afronden van de installatie

Als je stap 1 tot en met 4 het afgerond is de installatie nu klaar. Rond de installatie af door het opleverdocument in te vullen. 

We helpen je graag op weg

In het geval van vragen kun je op werkdagen tussen 08.30 en 17.30 bellen naar de Vattenfall monteurslijn: 020 - 82 11 00. Je krijgt dan een collega van 2e lijn support te spreken. Deze collega’s helpen bij bijvoorbeeld storingen of het inspoelen van laadstations in de portal.